Inbraak vaak opnieuw in hetzelfde huis

Ruim een vijfde van de slachtoffers van woninginbraak kreeg binnen een jaar te maken met een nieuwe inbraak. Het gaat dan om ongeveer 64.000 mensen. Dat blijkt uit cijfers van het CBS in de Veiligheidsmonitor 2017.

Bij ruim drie kwart van de slachtoffers van inbraak bleef het vooralsnog beperkt tot één (poging tot) woninginbraak, bij 15 procent was dat twee keer en bij 7 procent drie keer of vaker. Van de herhaalde slachtoffers denkt 61 procent dat de kans groot is dat zij opnieuw slachtoffer zullen worden van woningbraak. Bij eenmalige slachtoffers is dat 41 procent en bij personen die in het afgelopen jaar geen slachtoffer zijn geweest van woningbraak is dat 8 procent. Ook voelen slachtoffers van inbraak zich vaker onveilig in hun buurt. 15 Procent van de herhaalde slachtoffers voelt zich vaak onveilig in eigen buurt, tegen 6 procent van de eenmalige slachtoffers en 1 procent van de niet-slachtoffers.

Vaakst in juli, augustus en december
In 2017 gaf 2 procent van de bevolking aan dat zij in de afgelopen twaalf maanden slachtoffer zijn geweest van woninginbraak of een poging daartoe. Dit zijn naar schatting ongeveer 287.000 personen. Het aandeel inbraakslachtoffers is in 2017 iets lager dan in 2012. Dit geldt ook voor het aandeel dat binnen een jaar meerdere keren met woninginbraak te maken kreeg, naar schatting 64.000 personen. De meeste slachtoffers kregen in de vakantiemaanden juli, augustus of in de feestmaand december met inbrekers te maken. De minste slachtoffers waren er in januari.
Vooral inwoners van stedelijke gemeenten gaven aan slachtoffer te zijn van woninginbraak, vaker dan mensen die in minder verstedelijkte gemeenten wonen. Bovendien waren ze vaker herhaald slachtoffer. In niet-stedelijke gemeenten was 16 procent van de inbraakslachtoffers herhaald slachtoffer, in zeer sterk stedelijke gemeenten was dit 28 procent.



Geef een reactie